Vitaliteitsweek: Eigen-Wijsheid
02-12-2016
Breek je vrij!
18-06-2016
Opa
16-02-2016
Lynn in Zuid-Amerika
14-01-2016
De beste wensen
31-12-2015
In gesprek met vriendinnen
09-11-2015
Een willekeurige overnachting in Duitsland.
10-08-2015
Hectiek
10-06-2015
Dualiteit
08-06-2015
Fiene
20-04-2015
Het voordeel van de noodrem
29-03-2015
In gedachten..
26-02-2015
Winter
30-01-2015
Voorlichting die de oncoloog zijn patient zou moeten geven..
16-12-2014
Dubbel Geluk
27-11-2014
Alle columns

Kinderleed.

Datum: 05-02-2009

Het knulletje van drie turven hoog staat voorovergebogen onderaan de stenen trap. Zijn korte beentjes in het groene skipak zijn dicht tegen elkaar aangeklemd. Ik strompel hem op mijn skischoenen voorbij, kijk achterom en zie twee dikke tranen op zijn wangen. Ik leg mijn hand op zijn schouder en buig me voorover.
"Was ist los meine liebe? Sollte ich du helfen?" Het jochie kijkt op, schudt driftig zijn hoofd en roept:
„Nein, ich warte auf meine Mutti!" Ik loop aarzelend door naar de w.c. Ik was mijn handen, smeer mijn gezicht in met zonnebrandcrème, stift mijn lippen met een laagje vette kleurloze lippenbalsem en loop de deur uit. Het ventje staat er nog steeds. Vrouwen en mannen stampen op hun skischoenen voorbij en negeren het mannetje alsof het er niet staat. Hij klemt zijn benen nog dichter naar elkaar toe, en een groene snottebel komt uit zijn neus. Ik kijk speurend om me heen. Tussen al die mensen nergens een mogelijke moeder te zien, en het jongetje staat maar te huilen. Ik probeer het nogmaals.
„Sollte ich mit du nach die Toilette gehen?" Maar hij slaat mijn hand van zijn schouder en brult:
„Nein! Es ist schon zu spät! Gehen Sie weg bitte!" Ik probeer hem gerust te stellen.
„Ach das gibt doch nichts," maar hij gilt zo mogelijk nog luider. De geur van een volle poepbroek uit de babytijd van mijn kroost bereikt mijn neus.
"Sollte ich deine Mutti rufen?" vraag ik uiteindelijk. Radeloos knikt hij.
„Wo ist deine Mutti?"
„Au...auff d..ie pi..ste." huilt hij met lange uithalen. Ik kijk opnieuw zoekend om me heen. Ik kan hem toch zo niet laten staan? Tot mijn opluchting zie ik iemand van de bediening de trap af komen. Ik hou hem staande.
"Was ist los?" Ik leg hem uit dat het jochie zijn moeder zoekt. Hij probeert het mannetje op zijn beurt te helpen maar het knaapje barst opnieuw in tranen uit.
„E..es i...ist schon zuuu sp...ät! W..eg bitte! Ich w..aa..arte auf mei..ei..ne Mu..utti!"
De man roept iets naar iemand op de trap en de zoektocht naar de moeder wordt in werking gezet. Bovenaan de trap kijk ik nog eenmaal om naar het kereltje. De donkergroene plek bij zijn kruis wordt groter en groter.

Manon




- Reageer op deze column

een moeder  schreef op 05-02-2009
ach.... wat ontroerend...


Reacties verbergen