Vitaliteitsweek: Eigen-Wijsheid
02-12-2016
Breek je vrij!
18-06-2016
Opa
16-02-2016
Lynn in Zuid-Amerika
14-01-2016
De beste wensen
31-12-2015
In gesprek met vriendinnen
09-11-2015
Een willekeurige overnachting in Duitsland.
10-08-2015
Hectiek
10-06-2015
Dualiteit
08-06-2015
Fiene
20-04-2015
Het voordeel van de noodrem
29-03-2015
In gedachten..
26-02-2015
Winter
30-01-2015
Voorlichting die de oncoloog zijn patient zou moeten geven..
16-12-2014
Dubbel Geluk
27-11-2014
Alle columns

Een man uit het leven.

Datum: 19-08-2010

Hij was altijd al een bijzondere man. Als jonge jongen speelde hij gitaar in een jazzband, prutste wat met verf op doek zoals hij het noemde, en schreef dagboeken vol over alles wat hij dacht en deed. Zijn jeugdliefde maakte hij het hof door dagelijks via een regenpijp haar kamer binnen te klimmen, een geheimzinnige roos achterlatend die zij zou vinden als zij thuiskwam. Het enorme risico gesnapt te worden door de kuise nonnen van het verpleegstershuis waar zij leerde en werkte lapte hij volkomen aan zijn laars. Hij trouwde haar, het mooiste meisje van de wereld met de lange donkere haren en legde haar vast op linnen met de verliefde blik van de jeugd om haar mond.

Een halve eeuw later kwamen we hem regelmatig tegen op de fiets. Zijn ooit zo donkere haren waren dun en grijs gekleurd, en op zijn neus leunde een ronde bril. Hij was vaak op weg naar de abdij, waar hij jaarlijks de fruitbomen snoeide. Naast het prachtige werk in de natuur vond hij daar de bezinning van de stilte.
Soms zag hij ons, waarop een blijde lach zijn mondhoeken krulde, zijn hand opstekend hoog in de lucht. Een andere keer fietste hij met gebogen schouders, zijn gezicht versluierd in somberheid waarin zijn ogen niets of niemand zagen.
Er waren ontmoetingen aan het strand, met een schetsboek onder zijn arm geklemd en tijd voor een flamboyant praatje. Of er kwam een briefje uit zijn zak vol blije dichtregels over zijn pasgeboren kleinkind die hij ter plekke jubelend bezong.

Soms zagen we hem een poosje niet.

We zoeken haar op en het eerste wat opvalt in de woonkamer is de jeugdig verliefde blik om haar mond op het portret aan de wand. Ik kijk van het portret naar haar. Ze is nog steeds een mooie vrouw. Ze vertelt met een gezicht waarop verdriet te lezen valt.
Hij was niet goed de laatste tijd, hoestte veel, werd mager en grauw. Zo bang als hij was voor ziekte, doktoren en ziekenhuizen, wilde hij koste wat kost voorkomen dat dit hem ten deel zou vallen. Hij liep lang te broeden, week geen seconde van haar zijde en maakte haar eindelijk deelgenoot van zijn gedachten die zij begreep. De kinderen werden erbij betrokken, er waren goede vrienden die tot hem spraken, een emotionele tijd brak aan. Het sterkte hem slechts in zijn plannen en in zijn eenzaamheid.
Hij dacht aan alles, regelde alles, en zorgde ervoor dat zij niet alleen zou zijn als zij hem zou vinden. Hij schreef vele woorden van liefde en zijn laatste woorden waren alleen voor haar.
Ze huilt tijdens het verhalen, in haar ogen lees ik begrip en een glimlach van liefde is steeds om haar mond.

Twee dagen later lopen we de monnikenwandeling door de weilanden van de abdij waar hij vaak te vinden was. Aan het robuuste hek dat we passeren hangt aan beide kanten een grote wandelschoen waarvan de zool tot op de draad versleten is. Op het hek hangt een bordje met de geschilderde tekst:

Rijk is hij die zijn hele bezit onder zijn arm kan meenemen.

Manon.

 




- Reageer op deze column

Linda  schreef op 25-08-2010
Prachtig...


een moeder  schreef op 20-08-2010
jeetje wat een verhaal schuilt hierachter....Je hebt het weer heel mooi verwoord...


Reacties verbergen