Vitaliteitsweek: Eigen-Wijsheid
02-12-2016
Breek je vrij!
18-06-2016
Opa
16-02-2016
Lynn in Zuid-Amerika
14-01-2016
De beste wensen
31-12-2015
In gesprek met vriendinnen
09-11-2015
Een willekeurige overnachting in Duitsland.
10-08-2015
Hectiek
10-06-2015
Dualiteit
08-06-2015
Fiene
20-04-2015
Het voordeel van de noodrem
29-03-2015
In gedachten..
26-02-2015
Winter
30-01-2015
Voorlichting die de oncoloog zijn patient zou moeten geven..
16-12-2014
Dubbel Geluk
27-11-2014
Alle columns

2010 Mijn zus

Datum: 17-01-2013

Een beetje uit tijdgebrek plaats ik een schrijfsel uit 2010. Ik heb dit niet eerder geplaatst vanweg het dubbele gevoel wat ik er lange tijd over had. Wel heb ik het destijds naar het weekblad 'vriendin' gestuurd (lekker anoniem) waarin het een plaatsje heeft gekregen. Toen ik het zojuist opnieuw las bracht het opluchting boven. Opluchting dat de tijd de tijd neemt om wonden te genezen, en emoties als verdriet en pijn te verzachten, en mij zoveel sterker heeft gemaakt dat ik op dit moment met een glimlach naar dit geschrevene kan kijken. Ik zou er bijna nog aan toe willen voegen: 'Sorry lieve zus, ik bedoel het niet zoals het misschien bij je binnenkomt...."

Hier komt ie dan: 

Tweede kerstavond 2010: Mijn zus

Ik heb zojuist de beslissing genomen mijn zuster weg te doen.
Al een poosje loop ik met die gedachte rond maar dat ik daadwerkelijk mijn plan kan uitvoeren komt door de bevestiging van mijn man. Het is tweede kerstavond 2010. We drinken een wijntje als ik van mijn zus naar mijn liefste kijk en plotseling zeg: "Ik denk dat ik haar wegdoe.." Mijn lief kijkt van mij naar mijn zus en is niet eens verbaasd. "Als je dat zo voelt dan wordt het tijd.."
Ik sta op en voeg de daad bij het woord. Ik pak het lijstje van waaruit ze me lachend aankijkt. "Sorry lieverd, maar ik moet.." mompel ik.
Ik draai haar om zodat ik haar niet hoef aan te kijken, buig de zwarte haakjes terug die haar beeltenis vasthouden en probeer de zwaartekracht zijn werk te laten doen. Er komt geen beweging in. Verbeten pak ik een mesje waarvan ik de scherpe punt tussen de opening wrik. Er komt speling tussen het glas en karton, en ze laat eindelijk los. Ik wip met mijn duimnagel haar beeltenis van het glas en met haar gezicht naar de bodem stop ik mijn zus in de onderste lade van het donkerbruine antieken kastje. Het lijstje waarin ze al die tijd zit opgeborgen leg ik er bovenop. Zo snel dat het lijkt alsof het in brand staat schuif ik de lade dicht. Ik leg mijn handen tegen mijn bovenbenen en op en neer wrijf ik steeds weer alsof ik daar mijn schuldgevoel mee uit kan wissen.

Zeven jaar al staat ze op de secretaire. Tijdens haar ziekte krijgen we een hechte en intense band vol liefde. We lachen, we huilen, we delen. Voor ze doodgaat huil ik dat ik haar niet meer kan missen maar ze schudt haar hoofd. "Jij redt het wel.." zegt ze zacht. "Jij hebt alles. Een lieve man, prachtige kinderen en zoveel liefde. Weet je dat ik altijd jaloers op je ben geweest? Nog steeds..."

Na haar dood zie ik haar in een droom. In de kerk zweeft ze hoog boven iedereen uit. Mijn hart vult zich met blijdschap, ik ga staan en roep. "Je bent er weer!" Ze zweeft rondjes tot ze vlak bij me is, slaat haar armen om mijn nek en trekt me uit de menigte omhoog. Ik stribbel tegen maar ze houdt me zo stevig vast dat het pijn doet en trekt harder en harder tot ik met haar weg zweef. "Laat me los!" roep ik in paniek als ik besef dat ze me mee haar wereld intrekt. Met mijn handen om mijn hals gelagen word ik wakker.

Ik droom soms fijn over haar, soms ook dwingend. Als ze teveel in mijn denken is, teveel gedachten van me overneemt, zoveel aanwezig is dat het voelt alsof ze bezit van me neemt stuur ik haar resoluut weg. "Ga weg...", roep ik boos en steek uit schuldgevoel een kaarsje op bij haar foto.

Zes jaar na haar dood krijg ik borstkanker en bewust ban ik haar uit mijn gedachten. Dit is mijn strijd, niet de hare. Ik vecht hard en ik win waarmee er weer plaats voor haar is. Met mijn toestemming dat ze er weer mag zijn komen ook flarden met herinnering boven: De soms openlijke jaloezie van mijn zus bij leven, de nare dromen over haar na haar dood. De paragnost die me al jaren geleden waarschuwt voor iets wat ik dan niet begrijp: "Pas op voor de in je leven voorkomende jaloezie, maar ook voor die van de doden.."

Langzaam maar zeker wordt me duidelijk dat me iets duidelijk wordt gemaakt waar ik eigenlijk niet in geloof maar toch wel en wat ik zo erg vind dat ik het niet kan benoemen. Ik weet dat ze veel van me houd, toch groei ik toe naar de stap die ik zonet nam. Als ik weer ga zitten kijk ik onwennig naar de lege plek op het secretaire.
"Het betekent niet dat je niet meer van haar houdt.." stelt mijn lief me gerust. Ik zie in een vochtige waas hoe hij zijn glas heft.

 




- Reageer op deze column